“Ik heb het nog nooit gedaan, dus ik denk dat ik het wel kan!”
De wijsheid van Pippi Langkous! Vroeger was zij geheel onbewust een soort van rolmodel voor mij. En dan niet omdat zij ook rood haar had. Want die twee rare vlechten die recht opzij stonden vond ik als roodharige toen echt heééél erg stom.
Het was omdat zij zich nergens wat van aantrok en gewoon haar gang ging. Door haar jongensachtige manier van doen. Pippi die gewoon de dingen deed die in haar op kwamen en die de meest grappige en creatieve oplossingen bedacht. Niet voor een probleem. Want Pippi ziet geen probleem. Ze krijgt gewoon een impuls en dat gaat ze doen. “Dat kan ik niet” kwam gewoon niet in haar op als gedachte. Nou, dat geeft me toch een partij ruimte zeg …
Het lijkt wel alsof we collectief hebben bedacht, dat als we volwassen worden, we van alles al moeten weten en moeten kunnen. Dat gewoon op nul beginnen en maar uitproberen steeds lastiger wordt. De kinderlijke onbevangenheid die van nature in ons aanwezig is wordt ingeruild voor serieusheid, verantwoordelijkheid en denken dat we het wel weten, of moeten weten. En dit wordt óók nog eens hoog gewaardeerd door volwassenen.
Dat er daarmee een optie in het leven sluipt dat we iets nieuws níet zouden kunnen. Of dat fouten maken falen is. En niet weten ‘dom’.
Dat is een vergissing, een denkfout.
Iets niet doen omdat we denken ‘Ik kan het niet’ is een killer van onze natuurlijke, kinderlijke, onbevangen en creatieve kant. Vaak verdoezelt deze gedachte of, lastiger nog, deze overtuiging de angst voor onzekerheid, voor niet weten, of de mogelijkheid dat het misschien niet lukt.
‘Dat kan ik niet’ is vaak eigenlijk ‘Ik heb dit nog nooit gedaan’. Of ‘Ik weet niet hoe ik dit moet doen’. Of ‘Dit heb ik nog niet geleerd’. Of ‘Ik durf het niet, omdat ik niet weet hoe.’ En als volwassene is dit een staat die we ogenschijnlijk wel achter ons hebben gelaten. Het voelt kwetsbaar aan. Ook dit is een vergissing.
Hoe groot is dat hekwerk van die ene gedachte: ‘Dat kan ik niet!’
Het sluit direct een deur. Voelbaar!
Wat nou als je daar één woordje bij zet: ‘Dat kan ik nóg niet …’
Daar wordt het leven direct interessanter! Met dat ene woordje ontstaat er direct ruimte … Het opent de deur. Het geeft ruimte om te leren. Om te ontdekken. Om op avontuur te gaan. En dan maar kijken. Gewoon maar doen. Stap voor stap. De brug ontstaat bij iedere stap die je maakt.
Hoeveel ruimte ontstaat er als je jezelf toestaat om het nog niet te hoeven kunnen. Maar dat je altijd kan leren. Een leven lang! Ik heb het nog nooit gedaan, dus ik denk dat ik het wel kan (leren).
Ik zie mezelf als meisje van 8 met mijn rode haren. Voor onze flat eindeloos balanceren op een nieuw hek dat om ons voetvalveldje voor onze flat geplaatst was. Van paaltje naar paaltje balancerend over de dunne schaaldelen van 2 centimeter breed. Ik herhaalde het eindeloos. Weken lang. Ik vond het geweldig om te proberen.
Dacht je dat ik bezig was met of het wel lukte, of ik het kon, of met ‘falen’ als ik eraf viel? Wel nee. Als ik eraf viel liep ik gewoon weer terug en stapte weer op het eerste paaltje. Met evenveel plezier. Keer op keer op keer. Tot ik het uiteindelijk haalde. En dan weer opnieuw.
Het plezier zat in het doen zelf. Niet in het behalen van dat laatste paaltje van dat dertig meter lange hek. Wat nou als ik de eerste keer dat ik voor dat hekje stond had gedacht “Dat kan ik niet”?
Ik neem me voor om meer Pippikracht in mijn leven erbij te roepen.
Iedere keer als ik tegen iets aan loop wat ik nog niet kan, of spannend vind, of niet weet hoe. Iedere keer als ik dreig te denken dat ik het niet kan, omdat ik het eigenlijk gewoon spannend vind, denk ik aan dat kleine meisje van 8 met haar rode haartjes die met alle plezier op het hekje balanceert en aan de wijze woorden van Pippi Langkous.
“Ik heb het nog nooit gedaan, dus ik denk dat ik het wel kan!”
Ik hou van verwonderen en schrijf hier graag over.
Dingen die klein lijken, maar eigenlijk essentieel zijn. Verwondering over ogenschijnlijke ‘gewone’ dingen in het leven. Waar ik zomaar in volle vaart langs kan leven. Die ‘buiten gewoon’ blijken als ik er bij stil sta en het kan zien. Als ik me er bewust van wordt. Aandacht en presentie schenkt mij dat ik me weer kan verwonderen. Het geeft mij diepgang en maakt mijn leven zo waardevoller.