Ik voel me ziekerig. Niets ernstigs, gewoon niet fit. Heerlijk geniet ik van mijn bedje, de omhulling van mijn fijne appartement die mij geborgenheid geeft. Tegen de middag besluit ik om een rondje park te gaan wandelen. Genieten van buiten zijn, het zonnetje, het zal me goed doen. Ik loop het Singelpark in.
Een zwerver met een dekbed bij zich, vlak bij de daklozenopvang de Binnenvest spreekt me vriendelijk aan. “Mevrouw mag ik u misschien iets vragen?”
Even de aarzeling, zal ik gewoon doorlopen, wegkijken?
Gedachten: Nee ik ga geen geld geven, ik doe alleen maar aan eten geven. In een splitsecond, ik ben er niet trots op.
“Ja zeg ik, natuurlijk” en ik kijk hem aan.
Oké, nu zit je er aan vast klinkt het stemmetje in mijn hoofd. Betweterig ook. Geld geven lost niets op voor hem.
Vriendelijke ogen kijken me aan. “Ik lig hier nu 100 dagen en ik ben zo moe. Ik wil zo graag bij de Binnenvest slapen. Dat kost € 25, dan heb ik 2 weken een slaapplek en eten. Als ik € 50 bij elkaar heb dan kan ik een maand daar slapen. Ik ben zo moe van het buiten slapen”. Het is een vriendelijke stem en zijn vraag is voelbaar.
Ik pruttel nog wat. Een halfslachtige reactie van dat ik eigenlijk alleen aan eten geven doe en dat ik geen geld bij me heb. Maar van binnen ben ik eigenlijk al om. Een nieuwe stemmetje in mij klinkt: wat is nou € 25, voor 2 weken onderdak? “Ik ga eerst mijn rondje afmaken en dan kom ik bij je terug” beloof ik hem. “Rond 16.00” Zo dat geeft even uitstel hoor ik het eerste stemmetje weer roeptoeteren.
“Ik ben echt een goed mens.” zegt de vriendelijke man nog. En ja, dat geloof ik, dat heb ik gevoeld. Ik loop verder. Allang van binnen ergens besloten dat ik straks terug kom, met die € 25 en wat te eten.
Genietend van de natuur, van het buiten zijn en tegelijkertijd mijmerend wandel ik door. Zou je hier nog steeds zo van genieten als je dag in dag uit buiten bent? En hoe is het zover gekomen dat hij buiten zwerft? Wat is zijn verhaal? En waarom doe ik zo moeilijk terwijl vroeger mijn hart overliep voor minder bedeelden? Ben ik zover afgedwaald? Of gewoon meer gaan begrenzen uit zelfbescherming, omdat ik niet de hele wereld kan redden? Wat zou liefde doen? Eén mens kan zo gemakkelijk voor 2 weken een verschil voor hem maken.
Het Singelpark is prachtig, volop in herfsttooi en dat op zo’n mooie zonnige dag als vandaag. Op de terugweg koop ik een lekkere koffie. “Dat is dan € 4,25 mevrouw”. Heerlijk en zo gemakkelijk als je gewoon geld hebt. Hmm, dat is 4 dagen slapen voor hem. Niet dat ik minder van mijn koffie geniet, maar het zet me aan het denken. Vervolgens ga ik langs het pinapparaat om € 25 te pinnen. Iets wat ik nog nooit heb gedaan voor een dakloos medemens. Ik loop langs de supermarkt, koop een zak krentenbollen, wat bananen, want appels zal hij misschien niet weg kunnen krijgen en een pak Optimel. “Dat is dan € 4,75 mevrouw”. Hmmm, dat is al een week onderdak voor hem.
Het opent mijn ogen. Hoe gemakkelijk is het toch om met gedachten en beelden iets dicht te zetten. En natuurlijk lost het niets structureels op. Maar moet ik het daarom niet doen? Hoe eenvoudig is het om gewoon iets goeds te doen voor een medemens. En hoe eenvoudig is het om het niet te doen.
Wat zou liefde doen …?
Op de weg terug loop ik eerst naar de ingang van het Singelpark, naar de vriendelijke dakloze man. Hij ziet me op afstand aankomen.
Zijn ogen glimmen. “Mevrouw, u bent terug gekomen! Dank u wel!”
Het stemmetje in mijn hoofd roert zich weer: Als hij daar morgen nou weer ligt heb je je mooi laten piepelen Plien. Hmmm, misschien, maar misschien heeft hij nu 2 weken warmte en eten.
Een beetje stuntelig geef ik hem de € 25 en het eten. Ik zeg hem gedag en wens hem een betere tijd toe, daar. “U bent een goed mens!” Hoor ik hem nog roepen terwijl ik me omkeer en weg loop.
Het andere stemmetje klinkt: Als hij over 2 weken daar weer opnieuw is dan ben ik toch benieuwd naar zijn verhaal.
Ik loop naar huis en voel me een rijk mens. Rijker dan toen ik vertrok.
De vraag in mij zoemt na: Wat zou liefde doen …
Ik hou van verwonderen en schrijf hier graag over.
Dingen die klein lijken, maar eigenlijk essentieel zijn. Verwondering over ogenschijnlijke ‘gewone’ dingen in het leven. Waar ik zomaar in volle vaart langs kan leven. Die ‘buiten gewoon’ blijken als ik er bij stil sta en het kan zien. Als ik me er bewust van wordt. Aandacht en presentie schenkt mij dat ik me weer kan verwonderen. Het geeft mij diepgang en maakt mijn leven zo waardevoller.